|
De
geschiedenis van de lokale anaesthesie. De eerste mensen welke, zover wij weten, kennis maakten met lokale verdoving waren de inwoners van Peru. Het was hen al lang bekend dat zij door het kauwen op Cocabladeren een gevoelloos mondslijmvlies kregen.
Omdat de nadelen van het cocaïnegebruik aanmerkelijk waren, was er behoefte aan nieuwe lokale verdovingsmiddelen. Dit middel deed in 1905 zijn intrede. Procaïne werd in dat jaar voor het eerst samengesteld. Het werd onder de naam Novocaine™ op de markt gebracht en was tot half veertiger jaren van de vorige eeuw het belangrijkste lokaal anaestheticum. Novocaine™ was en is, want het is nog steeds in de handel, een estertype verdovingsmiddel. Het is een cocaïnederivaat d.w.z. een qua formule afgeleid product van cocaïne, met soortgelijke karakteristieken maar zonder de ultieme giftigheid, met een langere werkingsduur, maar zonder de kans op verslaving. Het is een middel dat in de bloedbaan afbreekt. Hierbij komen echter stoffen vrij welke gemakkelijk allergische reacties kunnen veroorzaken, wat tevens één van de nadelen van dit en andere lokaal anaesthetica van het estertype is. Er is een relatief grote kans op allergische reacties en de kruisgevoeligheid, d.w.z. indien men allergisch reageert op één estertype lokaal anaestheticum dan is de kans groot dat men ook overgevoelig reageert op andere verdovingsmiddelen van het estertype. Deze overgevoeligheidsreactie droeg bij aan de behoefte afstand te doen van de estertype verdovingsmiddelen (cocaïnederivaten) en op zoek te gaan naar geheel nieuwe middelen met minder kans op allergische reacties. Dit nieuwe middel werd lidocaïne, voor het eerst samengesteld in 1943 en in 1947 commercieel op de markt gebracht onder de merknaam Xylocaine™. Het was het eerste lokaal anaestheticum van het amidetype, dat wil zeggen dat het product in de lever wordt afgebroken in plaats van in de bloedbaan. Het voordeel van afbraak in de lever ten opzichte van de oudere esters is, dat deze middelen tijdens de afbraak in de lever praktisch geen stoffen vormen die allergische reacties kunnen veroorzaken. Lidocaïne wordt doorgaans goed verdragen door patiënten, is wel giftig maar niet extreem, heeft een voldoende lange werkingsduur en werkt niet verslavend. Het enige nadeel van lidocaïne is het feit dat het even "in moet werken". Daardoor is het gebruik van dit middel bij de tandarts ook vaak herkenbaar: de patiënt wordt gevraagd even naar de wachtkamer terug te gaan in afwachting van het moment dat het middel gaat werken (ca. 10-15 min.) Lidocaïne was al snel het meeste gebruikte verdovingsmiddel in de tandartspraktijk. Totdat, aan het einde van de 50er jaren, prilocaïne zijn intrede deed. Prilocaïne behoort tot de zwakker werkende maar minder giftige lokale verdovingsmiddelen. Prilocaïne heeft echter wel de vervelende eigenschap dat het soms niet of nauwelijks werkzaam is. Wij veronderstellen, uit meldingen die wij hierover hebben ontvangen, dat dit verschijnsel wellicht iets te maken heeft met ontstekingachtige reacties in het lichaam. Prilocaïne schijnt hier toch wat gevoeliger op te reageren dan andere lokaal anaesthetica. - Wij houden ons aanbevolen voor aanvullende informatie op dit punt -. Prilocaïne wordt op de markt gebracht onder de merknaam Citanest™.In 1976 deed articaïne, verwerkt in het merk Ultracain™ van Hoechst A.G., zijn intrede, kort daarop gevolgd door het merk Septanest™ van de Franse farmaceut Septodont S.A. Dit laatste product heeft overigens dezelfde eigenschappen als Ultracain™. In 1983 werd Ultracain™ toegelaten op de Nederlandse markt. Inmiddels wordt geschat dat Ultracain™ samen met Septanest™ in Nederland een marktaandeel bezit van 40-45%.
Uitleg Anaesthesie: (= gevoelloosheid) In de site wordt hoofdzakelijk gesproken over lokale anaesthesie. Dit principe wordt gebruikt bij tandartsen, kaakchirurgen, huisartsen en huidartsen voor het plegen van kleine ingrepen. Kleine delen van het lichaam worden hiertoe (tijdelijk) gevoelloos gemaakt. Klik hier om terug te keren. Uitleg Estertype: Estertype verdovingsmiddelen worden in plasma (de bloedbaan) afgebroken. Hierbij komen stoffen vrij die allergische reacties kunnen veroorzaken. Dit is één van de redenen waardoor deze estertype verdovingsmiddelen in de tandheelkundige praktijk in onbruik zijn geraakt. Klik hier om terug te keren. Uitleg Amidetype: Amidetype verdovingsmiddelen worden in de lever afgebroken en vervolgens via de nieren uitgescheiden. Uitzondering is echter het middel articaïne. Articaïne wordt grotendeels, zoals een estertype, afgebroken in de bloedbaan. Het verschil met het estertype zit hem hierin dat tijdens de afbraak van de articaïne geen stof ontstaat die een allergische reactie kan veroorzaken. Voor een goede verwerking van articaïne is het lichaam echter wel aangewezen op voldoende voorraad en werking van het enzym: Pseudo-Cholinesterase (PChE) ook wel Buteryl Cholinesterase (BuChE). Klik hier om terug te keren.
|
||||||||